Het (blijvend) niet meer oproepen van een werknemer kwalificeerd als onregelmatige opzegging

28 mei 2026

Casus

Werknemer is sinds oktober 2024 in dienst bij werkgever met een overeengekomen arbeidsomvang van nul uren per week. De overeenkomst tussen partijen kan aangemerkt worden als een oproepovereenkomst. Na augustus 2025 heeft werkgever de werknemer niet meer opgeroepen. Werkgever stelt in een brief dat zij niet overgaan tot betaling, omdat zij geen verplichting hebben tot het aanbieden van arbeid en dat de arbeidsovereenkomst niet is beëindigd, maar dat zij slechts gestopt zijn met werknemer op te roepen. 

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter oordeelt dat uit de tekst en strekking van de e-mail van werkgever volgt dat werknemer niet meer opgeroepen zal worden voor werkzaamheden. Dit is ter zitting tevens bevestigd door werkgever, gelet op het feit dat er weinig werk is en dat het werktempo van werknemer niet naar behoren is. Volgens de kantonrechter kan deze brief dan ook gezien worden als opzegging van de arbeidsovereenkomst. 

Echter heeft werkgever niet de juiste handelswijze met opzegging van de arbeidsovereenkomst in acht genomen. Werknemer heeft namelijk niet ingestemd met de opzegging en is er geen redelijke grond voor ontbinding van de overeenkomst. Bovendien heeft werkgever niet de geldende opzegtermijn in acht genomen. Dit leidt er toe dat er sprake is van een onregelmatige opzegging in strijd met artikel 7:671 BW. 

Bron: | https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4327 | 28-05-2026
Delen